Bierwalk ‘s-Hertogenbosch 2026, de route

Wat leuk dat je meeloopt en natuurlijk meeproeft in ‘s-Hertogenbosch. Natuurlijk ga je straks nog heerlijk op ontdekkingstocht op het festivalterrein en een goed glas bier smaakt toch het beste na gedaane arbeid. We willen je graag meenemen en de stad laten zien vanuit een bierig perspectief. ’s Hertogenbosch heeft meer dan voldoende biergeschiedenis en -heden. Onderweg staat er bier op je te wachten, dus waar wacht je op.

Routebeschrijving

We starten vanaf de Parade in de richting van de Sint Jan. We lopen links om de Sint Jan heen en komen uit in de Hinthamerstraat waar we al snel de eerste stille getuige zien van het bierverleden van ‘s-Hertogenbosch.

1. Het pand van de oude brouwerij In den Brouwketel (Hinthamerstraat 76).

Afgebeeld zijn een vergulde ketel en letters tegen een zwarte achtergrond. Sinds 1850 heet dit pand ‘In den brouwketel’, waarschijnlijk ontleend aan een brouwerij op die plaats. De gevelsteen is van tussen 1850 en 1900,de brouwerij stond er voor die tijd.

Loop verder de Hinthamerstraat door.

2. Binnendieze

Parallel aan de Hinthamerstraat liep en loopt deels nog altijd de Binnendieze. De Grootestroom kwam aan de oostzijde de stad binnen en was ideaal voor brouwerijen die dan ook veelvuldig aan de noordzijde van de Hinthamerstraat lagen. Via de Zusters van Orthenpoort kom je aan de achterzijde van de bebouwing en zie de de Binnendieze lopen.

Via de Schilderstraat kom je weer terug in de Hinthamerstraat. Sla linksaf de Hinthamerstraat in en loop door tot het einde van de straat. Daar sla je rechtsaf de Windmolenbergstraat in, en neem je het fietspad naar links, de Louis Aartsstraat. Steek de Hekellaan over bij de verkeerslichten en volg het fietspad rechtdoor, langs de rugbyvelden. Je komt uit in de Jacob van Maerlantstraat. Deze loop je door, totdat je rechts voorbij het basketbalveldje een voetpad op kunt. Volg dit voetpad tot je over een bruggetje het Zuiderpark in loopt. Na de brug sla je rechtsaf. Bij de volgende brug aan je rechterhand steek je het watertje weer over, zodat je uitkomt bij de Schroef van Archimedes. Daarna sla je linksaf. Vervolg de route tot de ingang van de parkeergarage Sint Jan

3. Accijnzen

Zoals recent weer is gebleken, bier is nodig om het land draaiende te houden of beter gezegd: de accijnzen op bier. Vanwege de populariteit van bier was dat in de middeleeuwen niet anders. Het stadsbestuur van ‘s-Hertogenbosch inde het geld eerst door een monopolie op ingrediënten te hebben (gruit, een kruidmengsel dat werd gebruikt in bier) en later door accijnzen op het gebrouwen bier of de grootte van de ketels te heffen.

Hier net buiten de muren lag dat iets anders. Er waren minder accijnzen, maar ook minder garantie op de kwaliteit.

In 1379 vaardigde het Brabants hertogelijk paar het oudste bewaard gebleven privilege met specifiek belang voor de brouwerijgeschiedenis uit. Het maakt duidelijk dat er in ‘s-Hertogenbosch al vroeg bier met hop gebrouwen werd. Het privilege gaf de Bosschenaren namelijk het recht om voortaan ‘hoppenbier’ te brouwen. Ter compensatie ‘voir onse grutegeld’ (hop verving gruit in bier) verlangden de hertog en hertogin van de Bosschenaren voor iedere 45 vaten hopbier een bedrag ter waarde van een Franse schild (de écu), de Franse Kroon uit de late Middeleeuwen. Het gruithuis waar de Bossche brouwers voorheen hun gruit haalden, stond in het tegenwoordige Achter het Vuurstaal’, een zijsteegje van de Hinthamerstraat.

Bier en belastingen gaan dus al eeuwen goed samen. En we zien heel recentelijk weer dat als de overheid geld nodig heeft het bier extra belast wordt.

Er is ook een goed verhaal over de geestelijken van de Sint Jan en belastingen op bier:

Na een grote brand in 1463 besloot ’s-Hertogenbosch, net als veel andere steden, dat de huizen wat brandveiliger moesten worden. Daken waren vaak bedekt met riet dus een goed idee om daar maar eens mee te beginnen moeten ze gedacht hebben. Maar dat kost geld en hoe kom je als stadsbestuur aan geld? Belastingen. Belasting op bier was populair en brouwerijen hadden geld dus daar werd al  belasting op geheven, behalve bij de geestelijken. De katholieke kerk was vrijgesteld.

De stad klopte dus aan bij sint Jan en vroeg de kanunniken om maar eens accijns te betalen over hun zelf gebrouwen bier maar deze weigerde.

Het liep hoog op, de schepenen wilden juist deze accijns heffen, maar verliezen in 1469 een rechtszaak: het kapittel mag bier blijven brouwen en invoeren, vrij van belasting.

De financiën van ’s-Hertogenbosch waren nog altijd niet op orde en de spanningen onder de bevolking nam toe. Na een opstand besloot het stadsbestuur in 1477 nogmaals een poging te wagen en klopte weer aan bij de sint Jan. Tevergeefs maar de schepenen zochten het hoger op met succes. De Raad van Brabant doet de uitspraak dat de kanunniken diverse nieuwe belastingen opgelegd krijgen, waarvoor zij diep in de buidel moeten tasten. Niettemin blijven zij vrijgesteld van accijnzen op bier en wijn, mits er geen dranken aan derden worden verkocht.

Dit lijkt goed te gaan maar de geestelijken worden er van verdacht toch extra inkomsten te verwerven door stiekem toch hun bier te verkopen. Illegale handel achter de sint Jan!

De schepenen hebben op dat moment echter geen bewijs, pas jaren later worden de geestelijken betrapt als ze in de nachtelijke uren vaten bier uit de brouwerij van het kapittel aan de Papenhulst heimelijk verkopen.

Een strijd volgt, de kanunniken roepen de hulp in van de bisschop van Luik, die de stad het interdict oplegt: publieke godsdienstuitoefeningen, het uitdelen van de sacramenten en begrafenissen in gewijde grond worden opgeschort. Dit pikken de schepenen weer niet en laat  een groep soldaten, op dat moment toevallig in ’s-Hertogenbosch aanwezig, onder brengen in de huizen van de geestelijken. Zo ontstaat er een grimmige sfeer met wederzijds pesterijtjes, die pas maanden daarna met een compromis verbetert: de kanunniken krijgen een iets hogere vrijstelling en het interdict wordt opgeheven. Eindelijk rust.

Wandel nu via de brug het accijnsgebied in, door de stadsmuur van het Bastion. Op de brug zie je rechts een figuur uit ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch. Je komt uit in de Casinotuin, waar je de Giraffe uit de Tuin der Lusten tegenkomt. Sla voor de giraffe linksaf naar de Zuidwal.

4. Groote Hekel

Waar nu op het kruispunt Zuidwal-Pettelaarseweg een 19e-eeuwse sluis is, stond rond 1500 de Groote Hekel. Het was de belangrijkste waterpoort of waterinlaat in de stadsommuring. Door twee grote openingen stroomde het water van de Binnendieze de stad binnen. Om ongewenste bezoekers tegen te houden, konden de openingen worden afgesloten door zware, ijzeren hekken tot in het water te laten zakken. Het water van de Binnendieze komt nog altijd op deze plaats de stad binnen.

Loop verder over de Zuidwal en sla rechtsaf de Weversplaats op. Loop door tot aan de Prins Bernhardstraat. Hier sla je linksaf, en vervolgens weer rechtsaf de Spinhuiswal op. In de bocht aan het einde van de Spinhuiswal heb je uitzicht op het koor van de Catharinakapel dat over de Dieze heen is gebouwd.

5. Sint-Catharinakerk

Voordat de stad serieus groeide was er veel groen in de stad, dat wil zeggen dat er tuinbouwgrond en tuinen achter de meeste bebouwing aanwezig was. Op verschillende momenten groeide de bevolking sterk en waar andere steden vaak kozen voor uitbreiding buiten de stad daar was dit voor de Moerasdraak niet mogelijk. Juist vanwege de strategische maar onbebouwbare moerasgronden van de Bossche Broek.

‘s-Hertogenbosch groeide binnen de muren en wel zo sterk dat de Binnendieze op verschillende plekken verdween onder de nieuwbouw. Hier zien we daar een uniek voorbeeld van. Het koor van de kerk hangt over de Binnendieze. De Sint-Catharinakerk zelf stamt uit 1844 maar van de middeleeuwse kerk bleef de koorsluiting behouden. Deze rust op een overkluizing van Binnendieze en kan je nu dus nog zien.

Loop verder via de Parklaan en sla rechtsaf naar het Tilmanshof. Via Achter de drie Zwanen kom je in de Vughterstraat.

6. Vughterstraat

Langs de Vughterstroom (Binnendieze bij de Vughterstraat) brouwden maar liefst 41 brouwerijen hun bier en ook juist dankzij het open riool.

Dat brengt ons bij de fabels over het bier in de middeleeuwen.

“In de middeleeuwen dronk men bier omdat het water te vies was.”

Het ligt allemaal een stuk genuanceerder dan dit. Er waren tijden dat de Binnendieze geen riool was, sterker nog, het was verboden om afval in de Dieze te lozen. De Dieze had meerdere functies en het was van groot belang dat deze bevaarbaar voor transport bleef en dat het water schoon was. Niet in de laatste plaats voor de brouwers. Met rioolwater wordt je bier, ook na het koken, niet lekker en de gildes hadden kwaliteit als streven. Bosch bier werd ook verhandeld buiten de stad en de Meijerij. Men dronk bovendien ook water, vooral oppervlaktewater en water uit waterputten, pompen en soms zelfs fonteinen. Er is alleen in historische bronnen erg weinig over waterconsumptie te vinden. Des te meer over bier, via recepten, belastingen, vergunningen en rechtspraak. Dit was allemaal nodig voor de productie en consumptie rondom bier en dat gold natuurlijk niet voor water. Water was gewoonweg niet interessant genoeg om over te schrijven en eigenlijk zelfs te ordinair om te drinken. Bovendien, bier was vloeibaar brood in een tijd dat voedsel en voedingsstoffen schaarser waren dan nu. Bier was gezonder dan water omdat er calorieën in zitten.

Nog een aanwijzing dat de Dieze geen open riool was is dat het gebied rondom ’s-Hertogenbosch, de Meijerij, arme grond is. Voor een deel werd dit opgelost door de grond te bemesten met potstallen, maar een andere belangrijke oplossing kwam uit de stad zelf. De menselijke mest was handel. In de stad werd deze opgevangen in beerputten die eens in de zoveel tijd geleegd werden en verkocht aan de landerijen in de Meijerij. Doodzonde om dit gewoon weg te spoelen via de Dieze.

Er is echter wel een klacht bekend over de Nonnen van achter de st. Jan. Deze zouden heimelijk toch hun ontlasting lozen in de Dieze en daar werd schande van gesproken. Deze nonnen werden berispt.

Natuurlijk kwam het water schoner de stad in dan dat het de stad verliet. Daarom zag je ook juist in de Vughterstraat, waar de Vughterstroom de stad binnenkomt, de meeste brouwerijen. Naast de het oppervlaktewater zag je ook wel dat brouwerijen een eigen put hadden.

Eindelijk komt het tweede Bossche Bier in zicht. Loop de Vughterstraat uit en beeld je in hoe in vervlogen jaren het straatbeeld hier bestond uit herbergen, kroegen en brouwerijen tussen andere statige gebouwen en daar tussen de steegjes waar de onderkant van de samenleving probeerde te overleven.

Sla aan het einde van de Vughterstraat rechtsaf en steek de Dommel over. Steek de Koningsweg over en beklim de trap van de Paleisbrug, terwijl je denkt aan dat heerlijke koude bier dat aan de andere kant van de brug op je staat te wachten.

7. Jongens van de Wit. Bier: Dubbellam Lentebock (7,8%)

Deze brouwerij is gestart in december 2016 door twee broers. Dit was voor hen een langgekoesterde droom die uitkwam. Je kunt zien dat hier op de locatie gebrouwen wordt; boven staan de ketels. Het bier wordt rechtstreeks uit de 1000 liter tanks getapt die boven de bar hangen. Voor het brouwen van bier worden alleen biologische, lokale en regionale ingrediënten gebruikt.

Deze Dubbellam is een seizoensbier; een heerlijke volle lentebock met wat moutige smaken, maar ook lekker fris!

Tijd voor de tweede etappe! Sla rechtsaf en steek links de brug over, om door te lopen via deze nieuwe en spraakmakende wijk, het Paleiskwartier, langs het water richting het station. Na de trap sla je rechtsaf de Hugo de Grootlaan op. Daarna neem je meteen links het voetpad, Het Rechte Pad, naar de Leeghwaterlaan. Die steek je over naar de ingang van het station. Loop de trap op het station in, naar de voorkant van het station, waar je oog in oog komt te staan met de Moerasdraak.

8. Moerasdraak

De bijnaam van Den Bosch is ‘De Moerasdraak’. Deze naam heeft de stad overgehouden aan haar rol in de Tachtigjarige Oorlog. ’s-Hertogenbosch was toen een vestingstad omringd door moeras zoals Het Bossche Broek en de Moerputten, waardoor de stad ‘onneembaar’ werd geacht.

In 1629 werd het tegendeel bewezen. Prins Frederik Hendrik van Oranje was zo slim om het moeras leeg te pompen door de rivieren de Aa en de Dommel af te dammen en om te leiden, en een gracht om de stad te graven. Zo kon hij de stad in beslag nemen.

Naast de Drakenfontein op het Stationsplein, is er ook een Bossche brouwerij die verwijst naar de bijnaam van de stad: Brouwerij D’n Draok, die inmiddels in Berlicum brouwt.

Via de Stationsweg kom je uit op de Havensingel; voor het water sla je hier linksaf. Je komt uit bij de Orthenseweg, die je oversteekt, naar industrieel erfgoed. Sla rechtsaf en loop de Havendijk op, de lage weg achter de brug, in de richting van het volgende bier!

9. Bossche Brouwers aan de Vaart. Bier: Sinaasappel Blond (6,7%)

Bij Bossche Brouwers aan de vaart staat brouwer Leonard Hamers aan het roer. Tot 2017 brouwde Leo hobbymatig, maar hij wilde een vaste brouwplek. Hij zocht iets klein, maar vond deze locatie: oude graansilo’s op de tramkade. Het bier wordt hier gebrouwen in kleine batches van 200 liter, voornamelijk voor de locatie zelf. Dit gebeurt tijdens brouwworkshops, waarin brouwer Leo samen met wie zich aanmeldt het bier brouwt.

Sinds 2025 brouwt de brouwerij bieren onder de merknaam ‘Fustviking’, waaronder deze Sinaasappel Blond. Een toegankelijk blond bier met een lichte afdronk van zoete sinaasappelschil.

Vanaf Bossche Brouwers loop je naar links richting de Verkadefabriek. Loop langs de Verkadefabriek naar de Boschdijkstraat en sla linksaf. Steek de Orthenseweg over en neem de brug over de Dommel naar de Oliemolensingel, waar je de brug over de Dieze neemt en meteen rechtsaf slaat, de Handelskade op.

10. Havens

Nu we de oude stad weer binnengekomen zijn, zien we de havens. Het water was hier minder drinkbaar dan aan het begin van de stad maar wel bijzonder geschikt om bier in én uit te voeren.

We volgen de kade een stukje en gaan dan via het Bokhovenstraatje naar de Orthenstraat waar we op nummer 3 twee gevelstenen zien.

11. De Gulden Hopsack

De Gulden Hopsack (Orthenstraat 3)
Het stelt een zak voor, waarin destijds de hop werd bewaard. Doordat de steen is afgesleten is de voorstelling bijna niet meer te onderscheiden. In 1564 werd op deze plaats een brouwerij neergezet met een pakhuis voor de opslag van hop. Dit pand werd ook al De Gulden Hopsack genoemd. In 1600 werd het door een andere brouwer gekocht die het in 1619 liet vervangen door het huidige gebouw. Franse kalksteen 65 x 60, de steen is bijna geheel afgesleten.

Datering 17e eeuw, na 1619.

De Gulden Brouwkuip 
Een grote ronde steen, voorstellende een bol gezicht. Dit pand was van dezelfde eigenaar als De Gulden Hopsack.

Datering vermoedelijk 17e eeuw.

Sla rechtsaf de Visstraat in, en neem de tweede weg links, de Kruisstraat. In de Kruisstraat zie je de ketels van een van de eerste Craftbrouwerijen in de stad.

12. Stadsbrouwerij van Kollenburg


De brouwerij werd in 1999 opgericht door vader en zoon Jan en Jan van Kollenburg als huurbrouwerij ’t Kolleke. In de kelders van café Bar le Duc werd er hobby gebrouwen. In 2007 kochten ze een eigen installatie en vanaf toen wordt het bier hier gebrouwen op grotere schaal.

Sla rechtsaf de Korenbrugstraat in en neem de eerste straat link, de Molenstraat.

13. Brouwerij Boegbeeld

Het uithangbord herinnert aan de locatie waar brouwerij Boegbeeld van 2017 tot 2021 haar bieren brouwde. Boegbeeld is een brouwerij gestart door 2 brouwende vrouwen, Janneke Pieters en Mary-Jane Snelders, en is vooral bekend van hun Kutbier. Benieuwd naar dit bier? Ga dan vooral even bij ze langs op het bierfestival straks!

Let straks ook even op dit poortje:

Dit was ooit de toegang van een schuilkerkje dat was gebouwd in een deel van het een achterhuis van het Huys van Boxtel aan de Postelstraat 46-48. Het poortgebouw aan de Uilenburg sloot aan op een brughuis over de Dieze, het voorportaal tot de schuilkerk.

In 1622, voordat de schuilkerk erin kwam, was er nog een brouwerij. Na 1644 is alles flink verbouwd, ook de toegangspoort, maar wellicht zat er al een ingang naar de brouwerij erachter.

Wandelend over de Uilenburg komen we weer bij de Vughterstroom en daarmee ook weer in het brouwersgebied. Vervolg de route tot aan de Capucijnenpoort (links). Na de Capucijnenpoort sla je rechtsaf naar de Postelstraat. Steek de Vughterstraat over en ga rechts de Sint Jorisstraat in. Neem de eerste straat links (Keizerstraat) en blijf de weg volgen. Kronkelend door de straten van ‘s-Hertogenbosch (Waterstraat, Lange Putstraat) komen we weer uit bij de moderne biercultuur op de Parade. Geniet hier nog lekker van een biertje en blijf vooral nog even lekker hangen en proeven van de stad en haar bieren.

Scroll naar boven