Bierwalk voor Serious Request – ROUTE
Welkom bij de Bierwalk voor Serious Request! Hier vind je de routebeschrijving voor de wandeling die je in ongeveer 7,5 kilometer langs de bier-highlights van Den Bosch leidt. Onderweg krijg je een aantal heerlijke bieren van Jongens van de Wit te proeven. Proost!
Routebeschrijving
Vanaf Jongens van de Wit gaan we linksaf, de Vijverweg in naar de Magistratenlaan. Daar slaan we rechtsaf naar de Vlijmensweg en we gaan linksaf, onder het spoor door. We volgen het fietspad tot de verkeerslichten onderaan de Paleisbrug. Daar steken we de weg en de Dommel over, naar de Westwal. We slaan linksaf de Westwal op en lopen een stukje langs het water. Vervolgens slaan we rechtsaf het Katerstraatje in, naar de Vughterstraat. We slaan linksaf de Vughterstraat in en vervolgens rechts het Bleekerstraatje in, naar Stadspark Achter het Vergult Kabeltouw.
1. Achter het Vergult Cabeltouw
Voorheen stond op deze plek een boerderij met boomgaard en bierbrouwerij in eigendom van een Velddrielse pastoor en zijn twee zussen.
De brouwerij lag hier aan de inmiddels gedempte Binnendieze en was niet de enige brouwerij in dit gebied van de stad. Langs de Vughterstroom (Binnendieze bij de Vughterstraat) brouwden maar liefst 41 brouwerijen hun bier en ook juist dankzij het open riool.
Dat brengt ons bij de fabels over het bier in de middeleeuwen.
“In de middeleeuwen dronk men bier omdat het water te vies was.”
Het ligt allemaal een stuk genuanceerder dan dit. Er waren tijden dat de Binnendieze geen riool was, sterker nog, het was verboden om afval in de Dieze te lozen. De Dieze had meerdere functies en het was van groot belang dat deze bevaarbaar voor transport bleef en dat het water schoon was. Niet in de laatste plaats voor de brouwers. Met rioolwater wordt je bier, ook na het koken, niet lekker en de gildes hadden kwaliteit als streven. Bosch bier werd ook verhandeld buiten de stad en de Meijerij. Men dronk bovendien ook water, vooral oppervlaktewater en water uit waterputten, pompen en soms zelfs fonteinen. Er is alleen in historische bronnen erg weinig over waterconsumptie te vinden. Des te meer over bier, via recepten, belastingen, vergunningen en rechtspraak. Dit was allemaal nodig voor de productie en consumptie rondom bier en dat gold natuurlijk niet voor water. Water was gewoonweg niet interessant genoeg om over te schrijven en eigenlijk zelfs te ordinair om te drinken. Bovendien, bier was vloeibaar brood in een tijd dat voedsel en voedingsstoffen schaarser waren dan nu. Bier was gezonder dan water omdat er calorieën in zitten.
Nog een aanwijzing dat de Dieze geen open riool was is dat het gebied rondom ’s-Hertogenbosch, de Meijerij, arme grond is. Voor een deel werd dit opgelost door de grond te bemesten met potstallen, maar een andere belangrijke oplossing kwam uit de stad zelf. De menselijke mest was handel. In de stad werd deze opgevangen in beerputten die eens in de zoveel tijd geleegd werden en verkocht aan de landerijen in de Meijerij. Doodzonde om dit gewoon weg te spoelen via de Dieze.
Er is echter wel een klacht bekend over de Nonnen van achter de st. Jan. Deze zouden heimelijk toch hun ontlasting lozen in de Dieze en daar werd schande van gesproken. Deze nonnen werden berispt.
Natuurlijk kwam het water schoner de stad in dan dat het de stad verliet. Daarom zag je ook juist in de Vughterstraat, waar de Vughterstroom de stad binnenkomt, de meeste brouwerijen. Naast de het oppervlaktewater zag je ook wel dat brouwerijen een eigen put hadden.
Bij het verlaten van dit hofje kom je in het volgende hofje, het Tilmanshof, met opvallende huisjes.
Mevrouw Tilman, bewoonster van het Vergult Cabeltouw aan de Vughterstraat, is de bestuurster geweest van de Regenten van de Godshuizen waaronder ook het Groot Ziekengasthuis viel. De stichting Tilman liet acht huisjes op die plek bouwen voor haar rooms-katholieke werknemers/sters en minvermogenden.
De in koloniale (ofwel stations)stijl woninkjes, gebouwd naar ontwerp van Jules Dony rond 1896 en1897, lagen aan wat in die tijd nog de Zuidwal heette, net over de Binnendieze die in 1950 werd gedempt.
We gaan aan de andere kant het park uit en lopen verder richting Parklaan. Daar gaan we linksaf en bij de Kruisbroederstraat weer links.
2. Kruisbroedershof
Tijdens de wandeling zullen op verschillende en soms onverwachte plekken de Binnendieze zien en/of passeren. Achter de Sint-Catharinakerk in het Kruisbroedershof zien we haar onder het (originele) koor van de vernieuwde kerk doorstromen. ’s-Hertogenbosch groeide in de middeleeuwen bijzonder snel, maar kon maar zeer beperkt uitbreiden. De moerassen rondom de stad waren ideaal voor de bescherming van de stad maar belemmerden wel de uitbreiding. Noodgedwongen ging men de huizen over de Dieze heen bouwen.
We lopen voor de Sint-Catharinakerk langs en gaan rechts naar de St Jorisstraat. Daar slaan we linksaf, en daarna gaan we rechtsaf de Vughterstraat in. Daarna gaan we de eerste straat rechts (Achter het Verguld Harnas). We houden links aan naar Klein Lombardje. Bij de Waterstraat slaan we linksaf, en meteen daarna rechtsaf de Verwersstraat in. Daar vind je aan de rechterkant het Spieren voor Spieren plein, bij het Noord-Brabants Museum. Hier is het tijd voor het tweede bier!
3. Spieren voor Spierenplein
Wij komen aan bij een van de meest prestigieuze panden in ‘s-Hertogenbosch. Op deze plek bouwden in 1309 de bogarden hun klooster en in 1613 kochten de jezuïeten het gebied en stichtten er hun klooster. Later werd het de ambtswoning van de gouverneur (de tegenwoordige Commissaris der Koning) en hierna, vanaf 1987 is het het thuis van het Noordbrabants Museum.
Spieren voor Spieren is in 1998 opgericht door het Nederlands voetbalelftal. Door topsporters die voelden hoe bijzonder het is om elke dag op je spieren te kunnen vertrouwen – en die iets terug wilden doen voor kinderen bij wie bewegen allesbehalve vanzelfsprekend is. Ondertussen zijn we uitgegroeid tot een grote speler in de strijd tegen spierziekten bij kinderen, gesteund door vele (Olympische) sporters.
Missie Spieren voor Spieren – Alle spierziekten bij kinderen verslaan: dat is onze dagelijkse drijfveer. Want stilstand is voor deze kinderen geen pauze — het is achteruitgang. Elke dag zonder diagnose of behandeling maakt hun toekomst moeilijker. Daarom werven we fondsen én brengen we beweging.
Bier: Gerrit de Struikrover 6%
We vervolgen onze weg via de Verwersstraat naar de Zuidwal.
4. Verwersstraat
De Verwersstraat is vernoemd naar de ververs van textiel die met de opkomst en bloei van de lakennijverheid en wolverwerkende industrie zich in deze straat gingen vestigen. Daarvoor was Lange Kolfertstraat de naam van deze straat.
Naast de lakenindustrie hebben in deze straat ook verschillende brouwerijen hun ketels gehad.
We passeren onder andere de volgende voormalige brouwerijen:
- Op nummer 47 het wit leeuwken
- Nummer 57 de Swarte Arend
- De Vergulden Bierwagen op 49 is sinds 1846 verbouwd tot Evangelisch Lutherse Kerk.
- En tot slot op nummer 108 de Werelt
Bij de Zuidwal steken we het water over.
5. de Hekel
Via de Groote Hekel gaan we het Bossche Broek in. Een hekel was een vlaskam, gereedschap om vlas tot lange vezels te kammen om bijvoorbeeld er touw van te kunnen maken. In dit geval slaat hekel op een onderdeel van de verdedigingswerken om de waterpoort te beschermen. Op de plek waar het water de stad binnenkwam was iets bevestigd wat deed denken aan een vlaskam. Het had vooral veel punten en stekels.
We gaan gelijk rechtsaf het Bossche Broek in. In het Bossche Broek blijven we links aan houden, tot we bij een brug komen aan de linkerkant.
6. Het Bossche Broek
’s-Hertogenbosch is gebouwd op een strategische plaats in het noorden van Brabant op zandruggen waar verschillende stromen en rivieren bij elkaar kwamen (Dieze, Aa en Dommel) én midden in het moeras. Dankzij het moeras was de stad bijna onmogelijk te veroveren en kreeg daarom de bijnaam ‘De Moerasdraak’.
Dit voldeed uitstekend tót prins Frederik Hendrik van Oranje in 1629 de stad wilde hebben en als een echte Hollander besloot met behulp van dijken en molens het water uit het broek tijdelijk weg te pompen. Zo konden zijn legers de stad bereiken en bezetten.
Het is uniek dat een natuurgebied tegen de oude binnenstad van een ontwikkelde stad aan ligt. Het uitzicht op de stad is dus relatief weinig veranderd sinds Frederik hier stond.
In dit moeras groeiden veel verschillende planten, waaronder de gagel. Een plantje dat veel gebruikt werd in bier, voordat hop definitief zijn intrede deed.
We gaan de brug over en meteen daarna naar links, de Zuiderstrandweg op die overgaat in de Zuiderparkweg. We lopen door tot aan de Pettelaarseweg en steken deze over bij de verkeerslichten. We lopen door tot aan het Zuiderpark en gaan daar links het park in. Voor het water gaan we weer naar links. Loop door tot je het bierpunt ziet en geniet van je derde bier!
7. Lekker bier proeven.
Weer even tijd om bij te komen. Net buiten de stad, klaar om de stad weer binnen te trekken.
Ook buiten de stad werd bier gebrouwen, vaak wat goedkoper doordat er buiten de muren geen accijns werden geheven. Zeker in de tijd dat de stad het financieel moeilijker had en de belastingen verhoogde, werden de bieren buiten de stad aantrekkelijker. De stad loste dit op door de invoerrechten te verhogen, maar bier dat al in de keel gegoten was kon natuurlijk niet belast worden. In deze traditie smokkel jij straks het bier de stad weer binnen.
Bier: Tripel H4 8,5%
We steken de brug aan onze rechterkant over en slaan linksaf richting de voetgangersuitgang van Parkeergarage St. Jan. Daar steken we de brug over (Limietlaan). Daarna lopen we rechtdoor naar de Parade.
8. De Parade
Na een grote brand in 1463 besloot ’s-Hertogenbosch, net als veel andere steden, dat de huizen wat brandveiliger moesten worden. Daken waren vaak bedekt met riet, dus een goed idee om daar maar eens mee te beginnen, moeten ze gedacht hebben. Maar dat kost geld en hoe kom je als stadsbestuur aan geld? Door belastingen. Belasting op bier was populair en brouwerijen hadden geld, dus op bier werd al belasting geheven, behalve bij de geestelijken. De katholieke kerk was vrijgesteld.
De stad klopte dus aan bij Sint Jan en vroeg de kanunniken om maar eens accijns te betalen over hun zelf gebrouwen bier, maar deze weigerden.
Het liep hoog op, de schepenen wilden accijns heffen, maar verliezen in 1469 een rechtszaak: het kapittel mag bier blijven brouwen en invoeren, vrij van belasting.
De financiën van ’s-Hertogenbosch waren nog altijd niet op orde en de spanningen onder de bevolking namen toe. Na een opstand besloot het stadsbestuur in 1477 nogmaals een poging te wagen en klopte weer aan bij de Sint Jan. Tevergeefs. De schepenen zochten het hogerop, met succes. De Raad van Brabant doet de uitspraak dat de kanunniken diverse nieuwe belastingen opgelegd krijgen, waarvoor zij diep in de buidel moeten tasten. Niettemin blijven zij vrijgesteld van accijnzen op bier en wijn, mits er geen dranken aan derden worden verkocht.
Dit lijkt goed te gaan, maar de geestelijken worden ervan verdacht toch extra inkomsten te verwerven door stiekem hun bier te verkopen. Illegale handel achter de Sint Jan!
De schepenen hebben op dat moment echter geen bewijs. Pas jaren later worden de geestelijken betrapt als ze in de nachtelijke uren vaten bier uit de brouwerij van het kapittel aan de Papenhulst heimelijk verkopen.
Een strijd volgt, de kanunniken roepen de hulp in van de bisschop van Luik die de stad het interdict oplegt: publieke godsdienstuitoefeningen, het uitdelen van sacramenten en begrafenissen in gewijde grond worden opgeschort. Dit pikken de schepenen niet. Zij laten een groep soldaten, op dat moment toevallig in ’s-Hertogenbosch aanwezig, onderbrengen in de huizen van de geestelijken. Zo ontstaat er een grimmige sfeer met wederzijds pesterijtjes, die pas maanden daarna met een compromis verbetert: de kanunniken krijgen een iets hogere vrijstelling en het interdict wordt opgeheven. Eindelijk rust.
We steken de Parade schuin over. Aan de andere kant van de Parade gaan we de Kerkstraat in en daarna rechtsaf vóór de Grote Kerk (Gasselstraat). Aan het einde gaan we linksaf de Hinthamerstraat in.
9. Hinthamerstraat
De Hinthamerstraat was ook een straat waar menig brouwer zijn plek had gevonden. Bovendien lag het Gruythuis tussen deze straat en de Binnendieze, die ook hier de loop van de straat bepaald heeft.
Gruyt was voor de opkomst van hop een geheim en belangrijk ingrediënt in bier. Het is een mengsel van kruiden waaronder vaak gagel. Gruyt was alleen te koop in de Gruythuizen, die in handen waren van de overheid, zodat zij belastingen konden innen op de verkoop van Gruyt en, indirect, dus op de productie van bier.
We lopen door in de richting van de markt en gaan de tweede straat rechts, de Korte waterstraat, in. We houden links aan naar het Burgemeester Loeffplein. Aan de linkerkant zie je het Golden Tulip hotel.
10. Alweer een verdwenen brouwerij
Op het Burgemeester Loeffplein staan we heel even stil op een plek waar je nu liever niet wilt zijn en waar toch ook weer een brouwerij stond. De Dieze heeft eeuwen lang hier doorgelopen en brouwerijen die aan de markt lagen hadden hun achterzijde ongeveer op deze plek, aan de Dieze dus.
We lopen door en gaan vervolgens de tweede straat links, de Scheidingstraat in, steken over naar het Tweede Korenstraatje en lopen door tot de Dode Nieuwstraat, waar we linksaf slaan. Vervolgens gaan we rechts onder een gebouw door naar het Guardianenhof. Aan het einde gaan we linksaf de Postelstraat in en lopen door tot de Vughterstraat. Daar gaan we naar rechts. Loop door tot je aan de rechterkant ‘Kings’ ziet, tussen broodjeszaak Lekker en Pizza Picotta.
11. Vughterstraat
In de hoogtij dagen lagen er 41 brouwerijen in de Vughterstraat en in dit rijtje zie je er al vier: op Vughterstraat 85 zat brouwerij de Witte zon, nummer 87 stond vroeger bekend onder de naam Het Ancker, op 105 zat De Witte Laars en hier op nummer 95 – 101 zat de Witte Zwaan.
De Witte Zwaan is duidelijk te herkennen aan de zwaan boven in de nok. Maar de oplettende kijker ziet ook drie hoefijzers boven de deur. Deze hebben ook met bier te maken, het was namelijk het beeldmerk van de grote brouwerij De Drie Hoefijzers uit Breda. Brouwerij de Witte Zwaan zat al minstens drie eeuwen op deze plek en heeft in 1927 zijn brouwketels als schroot verkocht, de eigenaar is in het bier gebleven en is vertegenwoordiger geworden voor Brouwerij de Drie Hoefijzers in Den Bosch en heeft voor de drie oude panden een nieuwe gevel laten zetten in 1931.
’s-Hertogenbosch heeft veel verborgen werelden. Zo loopt onder het linker pand de Dieze. Achter dit pand maakt de Dieze een bocht en volgt de Vughterstraat. De Dieze is, zoals eerder verteld, natuurlijk ook hier de reden dat hier zoveel brouwerijen zaten.
Naast de Drie Hoefijzers werd ook Ruttens Bierbrouwerij verkocht in de Vughterstraat. Let op de tekst op de gevel van nummer 119.
Het aantal brouwerijen in ’s-Hertogenbosch was groot. Deze brouwerijen zijn natuurlijk niet allemaal te vergelijken met Heineken, maar ze brouwden toch wel serieuze hoeveelheden. Genoeg om ook te exporteren.
We lopen de Vughterstraat uit tot het Wilhelminaplein.
12. Steegjes
Kijk af en toe naar de zijstraatjes en steegjes met de meest prachtige namen. Deze zijn vernoemd naar de huizen aan de Vughterstraat die namen hadden in plaats van huisnummers. In de steegjes woonde het volk en het geld zat aan de grote straten.
We steken hier weer de Dommel en de weg over. Tijd voor de laatste loodjes: een flinke klim de Paleisbrug over! Het goede nieuws: aan de andere kant van de brug is de finish bij Jongens van de Wit, met het laatste bier! Vergeet niet om hier jouw consumptiebon én je welverdiende medaille op te halen.
